Waarom kinderen liegen (en ja, die van jou ook)

“Mijn kind liegt nooit!". Ik hoor het hier en daar in de wandelgangen, maar de vraag is: is dit écht zo? Alle kinderen blijken namelijk wel eens te liegen. Het is dus niet de vraag óf je kind een leugentje vertelt, maar wanneer. En nóg belangrijker: waarom. Want tuurlijk: leugens zijn nooit leuk, maar ze komen ergens vandaag. Het is een externe reactie op interne gevoelens. Niet afgewezen willen worden bijvoorbeeld. Ergens bij willen horen. Of een gevoel van schaamte. De kunst? het creëren van een veilige omgeving waarin ruimte is voor de waarheid - ook al is ‘ie niet leuk - of gewoon hartstikke ruk. Maar: hoe doen we dat in vredesnaam?

Dé quick fix tegen liegende kids…

…grapje, want die is er niet. ;-) Sterker nog: focus je op een snelle aanpak, dan ga je voorbij de kern van stilstaan, verdieping, begrip en verbinding. Ik weet het: zo’n quick fix klinkt heel aantrekkelijk, als je kind voor de zoveelste keer roept die bank niet onder gestift te hebben (yep, met de stiftvlekken nog in zijn gezicht). Het is overigens niet gek dat je liegen niet prettig vindt. Het geeft aan dat eerlijkheid een belangrijke waarde voor je is. Toch is het fijn om te weten dat liegen meer is dan een verbale uiting. Het is vaak een manier om met een gevoel om te gaan of een diep verlangen te ‘voeden’. En hoe mooi is het als je als ouder bij die diepere laag kan komen? Dan zal je misschien niet direct de waarheid op tafel krijgen, maar wel in een later stadium. Geen quick fix dus, wel een langetermijninvestering. Want je kan alleen iets begrijpen en oplossen, als je het gevoel erachter snapt. 


Surprise: kids liegen niet om jou een hak te zetten

Kijk ik naar ons gezin, dan vind ik het belangrijk om niet meteen boos te worden als een van onze kids een leugentje in de strijd gooit (opgebiecht: die ik soms stiekem best grappig of slim vind). En straffen? Dat komt al helemaal niet voor in mijn toolbox. Hoe dan ook: ik geloof erin dat die ‘harde aanpak’ op de lange termijn juist tegenwerkt. Door op zoek te gaan naar de aanleiding van de leugen, kan ik kiezen hoe ik wil reageren. Een manier die voor mij goed voelt, maar die er ook voor zorgt dat onze kinderen een opening voelen om de waarheid te vertellen. Zoals hierboven omschreven is er altijd een reden dat kids liegen. En surprise: het is niet om jou als ouder een hak te zetten, bewust boos te maken of om de tuin te leiden. 


Oké, maar waarom dan wel?

Lukt het je om ‘liegen’ niet door de gekleurde bril van respect te bekijken, dan zul je sneller ervaren dat zo’n leugentje niks te maken heeft met disrespect van je kind naar jou. Sterker nog: Becky Kennedy (klinisch-psycholoog en moeder van drie) stelt dat liegen in de meeste gevallen het resultaat is van een van onderstaande redenen…


1. De grens tussen fantasie en werkelijkheid is vager dan bij volwassenen

Kids doen vaak alsof, omdat ze niet gebonden zijn aan de wetten van werkelijkheid. Ze kunnen eigenschappen van personages overnemen, om zo beter te kunnen dealen met de werkelijkheid. In een veilige wereld dus, die ze zelf creëren. Stel: je kind heeft de lamp per ongeluk omgegooid en je vraagt of ‘ie deze kapot heeft gemaakt. Is het antwoord “Nee, ik was aan het spelen in mijn kamer!”, dan kan het goed zijn dat je kind bezig is met het verwerken van schuldgevoel. Om om te gaan met de angst jou teleur te stellen. 


2. Verlangen om controle te houden (= het einde een eigen twist te geven)

In dit geval heeft de leugen niks te maken met zijn effect op ons, maar is het een teken van behoefte aan veiligheid en een goed gevoel. Drijfveren die kids (en volwassenen) van elke leeftijd voelen. Denkt een kind dat de waarheid een gevaar vormt voor de hechting met zijn ouders, dan kan hij de uitkomst - het einde dus - een eigen twist geven. In een fantasiewereld stappen om die ‘goedheid’ vast te houden. Oké, terug naar de case van die lamp hierboven. Je kind kan in dit geval niet eerlijk zijn, omdat deze zich schuldig voelt en denkt ‘had ik maar nooit in de buurt van die lamp gespeeld, dan was ‘ie nog heel’. Yep, een leugen dus, maar met een essentie die eigenlijk heel erg logisch is: zich veilig willen voelen.

3. Verbinding bewaken: bang voor negatieve reacties/om er niet bij te horen

Wist je dat kinderen continu het gevoel van verbinding met hun ouders bewaken? Bij vrijwel alles wat ze zeggen vragen ze zich af of het verbinding brengt - of juist afstand oplevert. Geen kind wordt namelijk vrolijk van boze of teleurgestelde ouders. Denken ze dat de waarheid hiervoor zorgt? Dan is daar die leugen. Liegt je kind bijvoorbeeld over schoolprestaties? Dan kan dit voortkomen uit de behoefte om de goedkeuring van jou te krijgen - en zich zo beter te voelen (= onzekerheid). Het lichaam is immers ontworpen om zichzelf tegen verlating te beschermen. Zie dit dus niet als manipulatie, maar als zelfverdediging. Deze behoefte aan verbondenheid kan je trouwens ook doortrekken in sociale situaties met vriendjes of op school. Zo kan een kind zijn reactie aanpassen (/liegen), om zich geaccepteerd te voelen door en in de groep.


4. Eigen privacy beschermen

Dat klinkt misschien een beetje gek voor bijvoorbeeld een zesjarige, maar toch is dit een fundamentele waarde… óók voor (jonge) kids. Sommige dingen willen we nou eenmaal niet delen. We voelen ‘dat dit van ons is’. Het is een vorm van eigenaarschap en autonomie die opspeelt. Voor sommige kinderen is liegen dan ook een kernstrategie om deze behoefte te kunnen bereiken en bewaken. Voorbeeld: als een tiener die opgroeit met een enorme studiedruk plots stopt met leren voor zijn examens, ervaart hij dat hij onafhankelijk is van zijn ouders. Vasthoudend aan het gevoel van eigenheid en afstand.


De verdieping in: wat is het verhaal áchter die leugen?

Met bovenstaande kennis is het waardevol om jezelf af te vragen wat je kind je met die ene leugen nu écht wil vertellen. En tegelijkertijd erbij stil te staan wat jouw reactie voor effect op hem/haar heeft. Of je onbewust die deur naar de waarheid juist niet verder dichtknalt bijvoorbeeld. Geeft jouw reactie het gevoel om de volgende keer weer bij je aan te kloppen? Of creëert het juist het gevoel dat hij/zij beter bij je vandaan kan blijven? De waarheid beter kan verdraaien? Goed om over na te denken.


Let’s g(r)o(w)! Helpende strategieën 

Mij helpt het ook om naar mijn eigen gedrag te kijken. Als vaders en moeders zijn we immers voorbeelden voor onze kids. En tsja… ik denk dat we elkaar als ouders de hand kunnen schudden als we zeggen dat we zelf ook wel eens liegen. En dat daar net zo goed een gevoel onder zit. Keuren we het liegen van onze kids af, dan is het eigenlijk heel hypocriet dat we het zelf wel vrolijk blijven doen. Iets met ‘de pot verwijt de ketel’. ;-)  Een mooi moment om de helpende strategieën van Becky Kennedy erin te gooien. Let’s g(r)o(w)!


1. Beschouw de leugen als wens

Gebruik woorden zoals ‘wensen’ of ‘graag willen’ als reactie op een leugen. Dit verandert de richting van het gesprek, omdat je meer keuzemogelijkheden hebt dan enkel “Vertel de waarheid!” of “Biecht je leugen op!”. Je creëert het gevoel dat je aan de kant van je kind staat, waardoor de kans op verbinding (en dus de waarheid) groter wordt. 


Voorbeeld:

Kind: “Ik heb die toren van mijn zusje niet omgegooid!”

Ouder: “Ik snap ‘t. Je zou graag willen dat deze nog overeind stond, hè?”


2. Wacht en creëer in een later stadium een opening

Klopt: niets doen en wachten. niets meer, niets minder. Heeft je kind last van schaamte, schuldgevoelens of een defensieve houding, dan is de kans groot dat je daar in the heat of the moment niet doorheen komt. Lees: je raakt verwikkeld in een machtsstrijd. De focus bij deze aanpak is om schaamte te verminderen, om op een later moment een eerlijk gesprek aan te kunnen gaan. Je geeft je kind de ruimte om eerlijk te zijn, op het ‘juiste’ moment.


3. ‘Als het toch zou gebeuren…’

Stel: de leerkracht belt op en vertelt dat je zoon/dochter een klasgenootje geslagen heeft. Als hij/zij thuis komt, vraag je ernaar. Hij/zij schiet meteen in de verdediging en geeft aan dit niet gedaan te hebben. Het kan helpen om een korte pauze te nemen en daarna met een inlevende, maar reële reactie te komen. 

Voorbeeld:
“Ik wil alleen maar zeggen dat als een kind in ons gezin vervelend gedrag vertoont naar een klasgenootje, ik dat echt zou proberen te begrijpen. Geweld is nooit goed, maar ik geloof wel dat elk kind in dit gezin ergens door getriggerd/gekwetst is, voordat dit gebeurt.”


Laat het rusten en vertrouw erop dat de boodschap binnenkomt. Grote kans dat je kind later bij je terugkomt met de waarheid. Duurt dit wat langer, dan kan je de situatie altijd nog een keertje aanhalen. Bijvoorbeeld door te zeggen dat jij vroeger ook wel eens een klasgenootje geduwd hebt nadat je gekwetst was, maar dat je dat geen minder lief kind maakte. 


4. Vraag wat je kind nodig heeft om eerlijk te kunnen zijn

Deze manier is vooral effectief bij oudere kinderen. Zij die in staat zijn woorden te geven aan gedachten. Blijkt liegen in je gezin een probleem, vraag dan letterlijk wat je kind van je nodig heeft om eerlijk te kunnen en durven zijn. 

Voorbeeld:
“Hé, ik wil eventjes met je praten. Er is niets aan de hand. Ik zat alleen te denken: soms is het moeilijk voor je om de waarheid te vertellen. Ik geef je niet de schuld en het is ook helemaal niet erg. Ik snap namelijk dat je dingen van me nodig hebt, zodat je eerlijk durft te zijn. Iets wat ik doe of zeg moet het moeilijk voor je maken om de waarheid te vertellen. Is er iets wat ik je kan geven, om het makkelijk voor je te maken?”



GevoelsRijke afsluiter: een leugen vertelt een verhaal. Een verhaal van gevoelens, verlangens en behoeften. Lukt het je als ouder om het vertellen van de waarheid niet op een specifiek moment af te dwingen, maar te onderzoeken? Te zorgen dat deze op het ‘juiste’ moment naar boven komt? Dan creëer je een veilige omgeving waarin openheid gevoeld wordt. Eentje die ervoor zorgt dat de communicatielijnen met je kind open blijven, jij je kind beter begrijpt en de onderlinge connectie verdiept. Voorbij de leugens kijken dus - en ontdekken wat er ontbreekt of nodig is. Ik daag je uit deze ‘reis’ met me aan te gaan. En je weet ‘t: een helpend brein nodig? Je weet me te vinden!

→ Becky Kennedy schreef het boek Het goede in ons. Een aanrader om te lezen. Je vindt hier meer informatie.